Vuurwerk is voor ons wat guns voor Amerika is

Knalvuurwerk. Je houdt ervan of je haat het. 'Nog nooit zoveel vuurwerk verkocht: voor 110 miljoen euro', kopte de Telegraaf op oudjaarsdag. Het is een schrikbarend hoog getal in een land dat gebukt gaat onder een grote recessie. Mensen klagen met steen en been dat ze de energierekeningen niet meer kunnen betalen, dat de boodschappen steeds duurder worden, maar blijkbaar heeft de Nederlander nog wel wat ruimte over in zijn portemonnee om voor tientallen zo niet honderden euro's aan vuurwerk uit te geven, iets wat enkel een luide knal veroorzaakt en soms een mooi effect in de lucht, maar meer niet. Hoog tijd voor een verbod.

Het is maar één dag, zeggen ze. Het is maar wat geknal, zeggen ze. Wel, ik kan je bij deze vertellen dat dit niet zo is. De realiteit is anders. In grote delen van Nederland wordt al in de decembermaand volop vuurwerk afgestoken. De overlast die het veroorzaakt is gigantisch: het levert behoorlijk veel schade op aan het milieu en het is funest voor het welzijn van de dieren: geen wonder dat juist hondenliefhebbers 'wakker worden' als ze eenmaal aan een hond beginnen. Daarnaast is het levensgevaarlijk.

Elk jaar worden artsen overspoeld met vuurwerkslachtoffers die, al dan niet door hunzelf, levenslang verminkt zijn geraakt door deze geweldige 'traditie'. En elk jaar bezwijkt er wel iemand door een vuurwerkbom. Bovendien halen de meeste knallen met gemak meer dan 120 decibel, zo valt er te lezen op de website van de vereniging GAIN die zich inzet voor goede hoorzorg in Nederland. Een piep in de oor is voor veel mensen niet vreemd na het vuurwerkgeweld in de wijk tijdens oud en nieuw.

De liefhebbers, die zich beroepen op de traditie - een woord dat tegenwoordig aan inflatie onderhevig is, weten diep van binnen dat ze fout zitten. Ze weten heel goed dat hun o zo geliefde vuurwerk ontzettend gevaarlijk is, dat het schade toebrengt aan de omgeving en het milieu en dat het voor veel overlast zorgt, maar ondanks dat blijven ze hardnekkig geloven in de kracht van vuurwerk, namelijk het absurde idee dat dit de enige manier is om samen te zijn. Voorstanders van een verbod zijn einzelgängers, anti-sociale mensen die alleen maar op hun zolderkamertje zitten, zo is de tendens, terwijl het juist een zwakte is dat je vuurwerk nodig hebt voor gezelligheid en saamhorigheid.

Alles hiervan heeft veel weg van de guns in Amerika: ook daar beroepen doorgaans zeer conservatief ingestelde mensen, veelal uit het platteland, zich op de 'traditie' en komen aan met non-argumenten als 'zelfverdediging' en het bekritiseerde idee dat het volk zich met wapens kan beschermen tegen de 'almacht van de staat'. Wapens zijn voor hun heilig net zoals vuurwerk dat voor ons is.

Wat tegenstanders óók vinden, als het aankomt op een verbod, is dat de goeden dan het onderspit delven, dat zij daardoor lijden onder de kwaden. Maar dat is altijd al zo geweest. Bij elk verbod zijn het de kwaden die het verpesten voor de rest. Lachgas werd bijvoorbeeld verboden omdat het in het verkeer werd gebruikt. En natuurlijk chargeer ik een beetje, want niet elk verbod is letterlijk te danken aan een paar rotte appels, maar een aantal zijn dat er helaas wel.

Vroeger was heksenverbranding ook een traditie, maar daar zijn we inmiddels vanaf gestapt. Nu is vuurwerk aan zet.