Slachtoffercomplex en aandacht lhbtiq+ roept weerstand op uit met name conservatieve hoek

Sinds de pseudowetenschap, lees: het wokeisme, de lhbtiq+-gemeenschap in zijn greep houdt, is het debat daarover verhitter dan het ooit geweest is. AnderInzicht0 zocht uit waarom. Wat blijkt? Vooral in religieuze kringen walgt men nog steeds van homo’s – daarbuiten zijn de verschillen kleiner, al gaat de gemeenschap volgens critici hun doelen voorbij met hoe ze de emancipatie proberen te vergroten.

Waar de gemeenschap eerst nog alleen de homo- en biseksuelen vertegenwoordigde, is dat nu ook de transgender, queer, non-binair en nog duizenden andere genders en geaardheden waarvoor enige wetenschappelijke onderbouwing (vooralsnog) ontbreekt. Het kan tegenwoordig rekenen op veel tegenstand van vooral conservatieven uit meestal de radicaal rechtse hoek. Ook de ‘propaganda’, zoals sommigen van hen het noemen, is één van de vele redenen dat zij zich ertegen verzetten. Vaak middels vandalisme, maar ook door middel van (ongefundeerde) uitingen. Wat drijft deze groep mensen? En wat vinden progressieven ervan?

Hongarije staat erom bekend dat ze tegen lhbtiq+ zijn. Ook een groot deel van Oost-Europa, waaronder Polen, en landen als Rusland en Turkije hebben dat imago sinds de laatste jaren gekregen, evenals (uiteraard) het hele Midden-Oosten. Het zijn landen die door ofwel hun conservatieve wortels of religieuze wortels wetten uitschrijven die de ideologie aan banden probeert te leggen door bijvoorbeeld contentmakers te verbieden lhtbiq+-personages in hun werken te gebruiken. Polen kwam bijvoorbeeld recent in het nieuws door de invoering van lhbtiq+-vrije zones, die overigens later door de rechter als onrechtmatig bevonden werd. Als reactie daarop riep de Europese Unie zich uit tot een ‘volledige vrijheidszone voor lhbtiq+’, waar onder andere Nederland – die in 2002 als eerste land het homohuwelijk toestond – zich bij achter schaarde.

Toen eerstgenoemde de inmiddels beruchte wet invoerde die de zogenaamde ‘lhbtiq+-propaganda’ aan banden legt, resulteerde dat direct in een storm van negatieve reacties op sociale media en in het progressieve wereldje. Ook de Europese Unie schaarde zich achter de kritiek. De Europese Commissie heeft er daarom een onderzoek naar lopen die uitsluitsel zou moeten geven of de wetgeving, die onterecht door binnen- en buitenlandse media als de ‘anti-homowet’ geframed wordt, de criteria van Kopenhagen zou overtreden. Nog vóór het vonnis worden er echter al sancties aan het land uitgedeeld. Ook mensenrechtenorganisaties waren op z’n zachts gezegd not very amused.

Virtue signalling

Wat tegenstanders vooral tegen de borst stuit, is de manier waarop de gemeenschap het onderwerp bespreekbaar probeert te maken, en de emancipatie wil aanwakkeren. Het zou aan virtue signalling doen waarbij mensen te koop lopen met politiek correcte standpunten zoals het idee dat homo’s gelijk zijn. Ook de regenboog-vlaggen, zebrapaden en dergelijke uitingen zorgen ervoor dat ze het ‘door hun strot geduwd’ krijgen; althans, zo voelen zij dat. Een lhbtiq+-criticus schrijft op internet: als het normaal is, maak het dan ook normaal. Met zoiets laat je alsnog zien dat het blijkbaar nog steeds niet normaal is maar juist anders.

Bedrijven die tijdens de ‘Pride-maand’ – alsof de kalander al niet vol genoeg staat met allerlei ‘speciale dagen’, wat juli zou zijn, pro-lhbtiq+-standpunten innemen, zijn daar ook debet aan. Het vuurtje wordt daardoor alsmaar verder opgestoken.

Pride

De Pride is al helemaal een hot topic binnen het anti-kamp. Mensen die zich, al dan niet omringd met kinderen, als karikaturen op bootjes al dansend door de grachten varen. Alsof een Pride met enkel negers die bananen eten ter viering van de afschaffing van de slavernij wél normaal is. Enfin. De Pride vergroot dus volgens hen de emancipatie niet, zo denken ze. Sterker nog: ze denken dat het juist averechts werkt: de haat jegens andersgeaarden zou er juist door versterkt worden. Sommigen leggen als argument daarvoor een verband met recente lhbtiq+-geweldsdelicten en de Pride en bovenstaande redenen. Onderzocht is dat echter nog niet, waardoor het nog gissen blijft of dat inderdaad zo is.

Vooral het gegeven dat de wetenschap nog altijd niet erover uit is of een seksuele geaardheid al vanaf de geboorte vastligt, dat ze nog altijd geen ‘homogen’ hebben gevonden, werkt in hun voordeel: het idee dat homoseksualiteit nooit ‘normaal’ zal zijn, nog even afgezien van de semantische discussie rondom dat woord, vindt immers zijn bevestiging in de natuur, zo merken zij op. De natuur bepaald immers dat voortplanting noodzakelijk is om onze soort in stand te houden. En wie daar vanaf wijkt, is ‘niet normaal’.

God en religie

O Heer, stop met huilen; ik heb mijn zonden al opgebiecht, dus verlos mij van mijn lijden.

Als de zondaar die ik ben. Bevangen door zelfrespect en trots. Voel ik mijzelf nu eindelijk bevrijd uit deze lijdensweg. Nu ik het eindelijk heb opgebiecht.

O lieve Heer, leef en laat leven.

Geef me mijn leven. Terug.

In religieuze kringen wegen de wetten van God uiteraard zwaarder dan die van het individu. Homoseksualiteit vormt een bedreiging voor het gezinsleven, waar juist zij pal achter staan. Christelijke partijen vinden niet voor niets dat het homohuwelijk een zonde is. Goed om te weten is dat het geloofspookje de laatste tijd een metamorfose is ondergaan, dat ze (een deel van) de massa op onnavolgbare wijze hebben gehersenspoeld met het idee dat homoseksualiteit plotseling, opeens, uit het niets – net zoals hoe het universum is ontstaan, wél samen kan gaan met religie. Immers; de schuld ligt bij de georganiseerde religie, zo beweren ze, en niet bij de Bijbel waar onder meer dit in staat: ,,Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.” (Leviticus 18:22)

Radicaal rechtse groeperingen zien daar dan weer niet de aanleiding voor in om het christelijke geloof mee aan te vallen; zij gebruiken die stok gretig als een heks die haar bezem als wapen gebruikt om de islam mee te pijnigen, uit politiek gewin, omdat het christendom naar hun idee de wortels zijn van de Westerse beschaving. Dat terwijl sommigen juist die oorsprong zien in het Romeinse Rijk, maar dat geheel terzijde. De hypocrisie en de onverdraagzaamheid van religie gaan, kortom, duidelijk niet samen met onze liberale normen en waarden. Het geeft goed weer hoe de christen hierover denkt.

Propaganda

Propaganda is het proberen te beïnvloeden van andermans opinie. Propaganda heeft als doel mensen over te halen.

Op internetfora als 4chan en Reddit en sociale media zoals Twitter wordt het alsmaar duidelijker wat de drijfveer is achter deze groep mensen die tegen deze ‘verwerpelijke ideologie’ zijn. Reageerders vertellen daar onder meer dat het simpelweg niet ‘normaal’ is en nooit ‘normaal’ zal zijn (om diezelfde reden als één alinea hierboven), en dat de ‘propaganda’ waar zij naar eigen zeggen mee worden doodgegooid, niet ten faveure is voor het doel waar de gemeenschap naartoe streeft; namelijk, algemene acceptatie. Over de definitie van propaganda lijkt niet iedereen het echter over eens te zijn. Als we die van het encyclopedie Ensie zouden hanteren, lijkt het erop dat de meeste aanklachten tegen deze beweging ongefundeerd blijken te zijn, omdat de intenties van de auteur van lhbtiq+-content allesbepalend is. Dat wil zeggen, iets is pas propaganda als iemand een ander tracht over te halen. Daarom lijkt het idee dat de seksuele voorlichting een voortrekkersrol zou geven aan de ideologie door er lessen over te wijden, op zijn minst discutabel te zijn, en voer voor discussie.

Als de lhbtiq+-criticasters die ze zijn, zijn ze daarnaast, net als de wetgevers van Hongarije die die wet hebben geschreven, bang dat het kwalijke effecten heeft op kinderen die nog in de zoektocht zijn onderweg naar hun seksualiteit. Op Twitter schrijft bijvoorbeeld iemand dat hij in zijn omgeving signaleert dat kinderen ,,anders willen zijn” en hij bang is voor de gevolgen daarvan. Ook de transgenderbehandelingen, waar onder andere de auteur van de Harry Potter-serie bekend criticus van is, zijn een mikpunt voor deze verzetsbeweging geworden. Zulke behandelingen zouden onherstelbaar zijn en uit cijfers zou blijken dat alsnog vijf procent van mening veranderd gedurende de jaren na het ondergaan van zo’n levensingrijpende behandeling. Dit staat overigens in schil contrast met de werkelijkheid, aangezien iemand vrijwel altijd achttien jaar moet zijn alvorens het zijn lichaam kan ‘ombouwen’. Wat wel mogelijk is, zijn hormoon- en puberteitsremmers en andere medicijnen die het lichaam alvast voorbereiden op de transitie naar het andere geslacht. Dat kan dan via de psychiatrische weg.

Wat vinden zíj ervan?

Naar aanleiding van de anti-lhbtiq+-wet van Hongarije hebben we enkele vragen voorgelegd aan zowel conservatieven als progressieven. Een progressieve jongere van in de twintig, die naar eigen zeggen ,,erg” tegen deze wet is, is van mening toegediend dat de tendens die over deze gemeenschap tegenwoordig rondgaat met dat we ,,doodgegooid worden met lhbtiq+”, ,,opgeblazen is” omdat het maar ,,een klein select groepje is” die daaraan mee doet. Een uit de lucht gegrepen percentage van precies één procent haalt hij daarbij aan om zijn mening kracht bij te zetten. Daarnaast vermoedt hij dat de homo- en transfoben van de wereld aan projectie doen. Ter afsluiting zegt hij met verbindende en inspirerende woorden dat we ,,met respect met elkaar moeten blijven omgaan, in deze moeilijke tijden met de verharde polarisatie rondom thema’s als deze”.

Iemand die zichzelf tot het conservatieve spectrum rekent geeft toe dat hij zich niet ingelezen heeft over de Hongaarse wet die de media al lange tijd domineert en waar laatst nog het Europees Kampioenschap-voetbal in verlegenheid mee werd gebracht. Op de vraag waaraan hij zich precies ergert aan de lhbtiq+-ideologie, antwoordt hij droogjes: de aandacht die ze opeisen. De Pride is naar zijn mening de veelgedeelde mening in conservatieve kringen dat het ons ‘wordt opgelegd’. Een Twitteraar denkt daarover dat het allicht mogelijk is dat de beweging haar standpunten ‘expres’ ridiculiseert om het op die manier op de politieke agenda te krijgen en als discussie voor in de maatschappij.

Weer een ander vindt de wet te ver gaan, maar, zo zegt hij, er ,,zitten goede stukken in”. Zoals ,,geen lgbt propaganda voor jonge kinderen”, bijvoorbeeld. Op de vraag of hij het door zijn strot geduwd vindt worden, reageert hij instemmend. ,,Ja, je ziet het overal. De media heeft het er constant over, en als je er wat van zegt, ben je een homofoob”, zo constateert hij. Volgens hem is de beweging niet meer van deze tijd omdat het vooral ,,vunzige dingen pusht”, en het niet meer ,,mensen zijn met bordjes in de lucht waarop staat dat ze homo en dus normaal zijn”.

Weer een paar anderen – waaronder een moslim – hebben niet of niet tijdig gereageerd waardoor we hun reacties (nog) niet konden meenemen voor in dit stuk. In elk geval is het portret van de anti-lhbtiq+-strijder duidelijk: het is meestal een conservatieve, blanke, heteroseksuele man die de aandacht, de propaganda waar zij de gemeenschap van betichten, te ver vindt gaan. Die opinie zal niet veel anders dan die van Hongarije zijn, het land die naar verwachting hun wet, die nog langs de bevolking moet, ingevoerd zal zien worden. Met in het referendum ‘suggestieve vragen’ om de kiezer te misleiden.

Geef een antwoord