Alles komt níét goed, ook al willen we dat het liefste niet geloven

In feitelijke zin komt alles niet goed, hoezeer mensen dat ook blijven ontkennen. Die ontkenning wordt mede veroorzaakt door het ras-optimisme, een ‘geschenk van de natuur’ (of een afwijking der natuur, ligt eraan hoe je in het leven staat), ook wel het ‘optimism bias’ genoemd, iets in de hersenen waarmee we de harde realiteit op welke wijze dan ook proberen te ontzien, met als doel om niet in paniek te raken. De realiteit is echter kei- en keihard. 60.000 jaar geleden overleefde de Homo Sapien een vulkaanuitbarsting ternauwernood. Door de eeuwen heen zijn er bovendien oorlogen gepleegd en mensenmassa’s uitgemoord, en opeens sloeg corona als een bom neer op ons leven, zo’n anderhalf jaar geleden. Tot overmaat van ramp lijkt het leven zinloos te zijn, inclusief het universum en de planeet waarop ons helse aarde bestaan zich voltrekt. Hoe kan het dan toch dat we alsnog die feiten blijven ontkennen, ondanks ons natuurlijke instinct om áltijd optimistisch te zijn?

Naast dat ‘optimism bias’ willen mensen bijvoorbeeld ook de regie kunnen blijven behouden op hun leven, al is het natuurlijk zeer de vraag hoeveel we daarvan eigenlijk nou precies onder controle hebben. Vrije wil bestaat immers niet, zo lijkt het. Bij het besef dat het niet goed komt, is onmacht het gevolg en dat willen we niet. Daarom houden we onszelf voor de gek, door te blijven hopen. En hoop doet leven, dus blijven we dat doen met dat het goed komt, zelfs al is het tegen beter weten in. De halve wereld staat weliswaar in brand, het leven is één groot risico, de kosmos kan opeens opgeslokt worden, en een meteoriet kan op de ene na de andere dag zomaar inslaan zonder dat we er iets tegen kunnen doen. Die harde realiteit, die willen we niet onder ogen zien. Althans, de meesten van ons niet. Daarmee moeten leven kan eigenlijk niet, en dus werden er religies verzonnen die hun eigen kijk hebben op zaken als het mens-zijn, de ontstaansgeschiedenis van planeet Aarde en het universum, leven na de dood, enzovoorts. Klinkt mooi, maar het resultaat is, achteraf gezien, niet bepaald om naar huis voor te schrijven. Zonder religie zaten we nu allang met een cocktail in de hand op Mars te genieten van de zon – voor zover die er is -, en konden we het heelal nabootsen waarin we onszelf van alles konden voorzien: een echte maakbare samenleving.

Kortom, de angst om de grip op het leven te verliezen (niet willen falen), in een negatieve spiraal erdoor te belanden én een schijnwereld voorhouden om de dromen ongestoord na te jagen en misschien het idee hebben dat de wereld niet voor niets is ontstaan, zijn de oorzaken van deze onrealistische levensspreuk, populair onder veel stervelingen, lijders. Dat mensen er zich mee voor de gek houden, realiseren ze zich al te goed. Maar de harde realiteit omarmen, dat wil (nagenoeg) niemand. Jammer, maar begrijpelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *